Tien aanbevelingen voor beter crisismanagement

De aanpak van rampen is in Nederland geprotocolleerd en vrij goed onder controle. Dit in tegenstelling tot de benadering van complexe crisissituaties, waar het telkenmale misgaat. Gert-Jan Ludden en Fred Zaaijer van adviesbureau SVDC stelden daarom een Manifest Crisisbeheersing op met daarin tien aanbevelingen die crisisbeheersing in Nederland een aanzienlijke kwaliteitsimpuls moeten geven.

De opstellers van het manifest vinden het van essentieel belang dat hun document in Den Haag wordt omarmd. Daarom hebben zij het afgelopen week aangeboden aan de premier, de minister van Veiligheid en Justitie, de Inspectie Veiligheid en Justitie, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, het IPO en het NGB.

Grote verschillen
Gert-Jan Ludden: Rampenbestrijding en crisisbeheersing worden vaak in één adem genoemd. Ten onrechte, omdat er grote verschillen zijn. Crisissituaties zijn sluimerend van karakter, zijn vaak internationaal verweven en vergen intensieve publiek-private samenwerking en professioneel bestuurlijk leiderschap. Diverse onderzoeksrapporten tonen aan dat Nederland de aandacht meer moet focussen op moderne crisisbeheersing. Om allerlei redenen lukt dit niet en blijven we ons voornamelijk richten op rampenbestrijding. De kredietcrisis, de vluchtelingenproblematiek, de terreuraanslagen en de  eiercrisis tonen aan dat we geen grip hierop krijgen en dat we blijven polderen binnen complexe overlegstructuren in plaats van samen te werken in een slagvaardige crisisorganisatie. We zijn  vergeten hoe de millenniumcrisis in 1999 is aangepakt. Een mooi voorbeeld hoe het wel kan! Het huidig tijdsgewricht rechtvaardigt fundamentele verbetermaatregelen. De tien aanbevelingen zijn:

  1. Erken crisisbeheersing als wetenschappelijke discipline

Crisisbeheersing is een omvangrijk vakgebied geworden. Daar hoort een volwaardige universitaire opleiding met een stevig curriculum aan ten grondslag te liggen. Dat brengt professionals voor de toekomst voort. Tevens zal de HBO opleiding integrale veiligheidskunde, welke sterk is verouderd, moeten worden gemoderniseerd.

  1. Crisisbeheersing vergt integrale en publiek-private aanpak

Rampenbestrijding concentreert zich op fysieke veiligheid. Crisisbeheersing richt zich op fysieke-, sociale-, economische-, ecologische- en territoriale veiligheid alsmede de bescherming van cultureel erfgoed. Risicoanalyses, crisisplannen en opleidingen moeten daarop worden afgestemd. Publieke-, private organisaties en kenniscentra moeten hierin structureel samenwerken.

  1. Hervorming crisismanagementstructuur

De huidige structuur is veel te complex en functioneert niet goed. Op Rijksniveau dient de regierol van het Ministerie van Veiligheid en Justitie in crisissituaties te worden versterkt. Het Ministerieel Comité Crisisbeheersing dient sneller als crisisteam te worden gepositioneerd en de Landelijke Operationele Staf moet worden gereactiveerd. Op regionaal niveau moeten we van 25 veiligheidsregio’s terug naar twaalf regio’s met bestuurlijke coördinatie van de Commissarissen van de Koning.

  1. Kwaliteitskader

Het moet toetsbaar zijn of Nederland voldoende is voorbereid op grootschalige rampen- en crisissituaties. Dat geldt voornamelijk op strategisch (bestuurlijk) niveau. De vraag ‘hoe goed is goed genoeg’? kan niet worden beantwoord. Een kwaliteitskader crisisbeheersing met  normen voor de inrichting van de crisis(management)organisatie en vakbekwaamheid van sleutelfunctionarissen op lokaal, regionaal en nationaal niveau is hiertoe een voorwaarde.

  1. Risicoregelreflex vervangen door proactieve aanpak

Na een ernstige gebeurtenis worden maatregelen genomen die veelal ineffectief en duur zijn. Deze reactieve benadering moet vervangen worden door een proactieve aanpak  waarbij ook de burger wordt betrokken. Bijvoorbeeld bij de dreigingsniveaus van terreur  moeten vooraf handelingsperspectieven worden geboden aan bestuurders en hulpdiensten en niet pas na een terroristische aanslag. Regionale risicoanalyses moeten  worden afgestemd op de beleving van de bevolking.

  1. Defensie als volwaardig partner in de nationale veiligheid

Nationale veiligheid is een hoofdtaak van defensie. Defensie expertise kan nog veel beter worden benut. Defensie moet een permanente positie krijgen binnen de directies van de veiligheidsregio’s. Er dient een civiel-militair geïntegreerd  hoofdkwartier te komen voor de operationele aansturing van nationale crisissituaties (zie punt 3). De defensieacademie zal intensiever moeten samenwerken met de opleidingscentra van de politie, brandweer en de zorgsector, waardoor de onderlinge synergie wordt verbeterd.

  1. Borging van lessen van (internationale) rampen en crises

Nergens is geborgd dat de lessen van (internationale) rampen en crises uit het verleden structureel worden vertaald in verbetermaatregelen voor de toekomst. Het Instituut Fysieke Veiligheid dient deze taak op nationaal niveau als kenniscentrum in te vullen. Binnen de  veiligheidsregio’s dient een professionele sectie ‘lessons learned’ hiermee te worden belast.

  1. Investeren in bestuurlijke leiderschap

Ministers en burgemeesters zijn onvoldoende opgeleid als crisismanager. Er dient meer aandacht te worden besteed aan leiderschap van bestuurders onder buitengewone omstandigheden. De nadruk dient daarbij te liggen op crisiscommunicatie. Overwogen moet worden om binnen gemeenten en veiligheidsregio’s het crisisbeleidsteam te laten leiden door een professional, waardoor de burgemeester meer vrijheid krijgt op te treden als boegbeeld van de samenleving.

  1. Realistisch oefenen

Oefenen op bestuurlijk niveau bij de overheid is veelal een afvinkcultuur. Geen tijd en als bestuurders al oefenen, dan zo kort mogelijk. Er zal frequenter, realistischer en meer onaangekondigd moeten worden geoefend met aandacht voor teamoptreden en kerncompetenties. Daardoor ontstaan er beter functionerende crisisteams. De publieke sector kan een voorbeeld nemen aan het bedrijfsleven waar het beter is geregeld.

  1. Verbreding taak Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) en Inspectie Veiligheid en Justitie

De OVV moet naast onderzoek van klassieke veiligheidsincidenten ook onderzoek doen naar complexe crisissituaties. De kredietcrisis heeft bijvoorbeeld meer dodelijke slachtoffers geëist dan de watersnoodramp in 1953 en dat onderzoeken we dus niet. De inspectie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie zal de staat van de rampenbestrijding moeten omvormen tot de staat van de crisisbeheersing, waardoor een toetsingskader vanuit een breder perspectief ontstaat.

Met de maatregelen uit dit manifest kan de crisisbeheersing in Nederland een aanzienlijke kwaliteitsimpuls krijgen, vervolgt Ludden. De uitgebreide analyse om tot deze tien aanbevelingen te komen is in 2016 opgetekend in het boek Grip op Crisis (van klassieke rampenbestrijding naar moderne crisisbeheersing). Dit manifest is een handreiking voor het nieuw te formeren Kabinet, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg, de Inspectie Ministerie VenJ en de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Steun vanuit het parlement kan katalyserend en stimulerend werken voor een crisisbestendiger samenleving op weg naar 2020 waar heel Nederland baat bij kan hebben.

Gedeeld

Geef een reactie