Privaat blauw op risicovolle locaties en momenten

De samenleving (waaronder politie en gemeente) lijkt te verwachten dat particuliere beveiligers hun territorium breder interpreteren: dus niet meer tot een meter voor de deur of tot de poort van het voetbalstadion.

Privaat blauwPrivaat blauw is een nieuwe publicatie in de reeks Politiekunde van het Programma Politie en Wetenschap.

Particuliere beveiligers – privaat blauw – hebben naast politiemensen steeds meer verantwoordelijkheid en taken bij de aanpak van onveiligheid. Aan hen wordt in toenemende mate gevraagd (en voelen de druk ook) om meer werk te maken van de publieke ruimte. Daarbij hebben zij vanzelfsprekend ook te maken met geweld, hoewel private beveiligers menen dat het geweldsmonopolie in handen van de overheid moet blijven. Dat is de kern van een onderzoek door Lokale Zaken in opdracht van Politie en Wetenschap.

De private veiligheidsbranche is een snelgroeiende sector met momenteel zo’n 35.000 werknemers. Een groot deel van het werk in deze sector speelt zich steeds meer af in het perspectief van de vrijetijdsbesteding. Dit laatste element is tamelijk onderbelicht gebleven in onderzoek naar de private veiligheidswereld.

In dit etnografisch onderzoek is gekeken naar de frontlijn van de private veiligheidszorg en meer specifiek het omgaan met (de dreiging van) geweld. Hoewel het geweld er meer niet is dan wel, werd juist doelbewust gekeken naar risicovolle momenten en locaties. De studie is toegespitst op horecaportiers, beveiligers van muziekevenementen en voetbalstewards. Niet alleen werden tientallen betrokkenen geïnterviewd maar ook draaiden de onderzoekers een groot aantal diensten in de betreffende sectoren als participerend observator mee.

Op het eerste gezicht richten de beveiligers zich met name op het private domein waar zij de burger ontmoeten in diens rol van onder meer klant, bezoeker of voetbalsupporter. Het onderscheid tussen de publieke en private veiligheidszorg is echter lang niet zo scherp, zo blijkt uit het onderzoek. In beide werksferen is vaak sprake van ‘vaste klanten’. De personen die in een woonwijk problemen veroorzaken doen dat geregeld ook in het voetbalstadion en op evenementen.

Deze ontwikkeling waarbij private politie ook meer werkt in de publieke ruimte, maakt deze studie extra relevant voor zowel politie, beleidsmakers als de beveiligingsbranche zelf. Het vraagt om een bezinning op de positie van de particuliere beveiliger. Het werpt ook vragen op als: dienen beveiligers te beschikken over extra bevoegdheden? Zijn wellicht handboeien nodig? Hoe ga je dus om met het geweldsmonopolie van de politie?

Boek: Privaat blauw (184 pagina’s)

Gedeeld

0 thoughts on “Privaat blauw op risicovolle locaties en momenten”

  1. De beveiligingsbranche stelt terecht, dat het geweldsmonopolie bij de overheid hoort. Ooit was dit onderscheid zeer duidelijk: beveiliging voor de preventie en politie voor de repressie. Enerzijds door toename van de vraag om meer beveiligers in te zetten in het publieke domein en anderzijds door de groei van geweld dient die basisregel te worden opgerekt. Inmiddels kennen we (grofweg) twee soorten beveiligers: de preventieve (receptiediensten, etc.) en de repressieve (horeca, evenementen, toezicht op straat, winkel- en mobiele surveillanten, etc.). De overheid is in deze ontwikkeling niet meegegroeid, dan alleen door de vraag goed te keuren en de inzet van beveiligers mogelijk te maken, maar bevoegdheden zijn niet meegegroeid, terwijl de beveiligingsbranche is geprofessionaliseerd. Er zit een groot gat tussen ‘de beveiliger met portofoon’ en ‘de agent, volgehangen met hulp- en geweldsmiddelen’. Daarbij dient opgemerkt, dat beveiligers ook nog wel eens alleen werken, een agent vrijwel nimmer. Handboeien en pepperspray zouden beschikbaar moeten komen voor repressieve beveiligers, mits deze ervaren en volledig opgeleid zijn, een agressie-training hebben ondergaan en een gericht training ‘gebruik handboeien en pepperspray’ succesvol hebben afgesloten. Aldus kunnen zij een toelating krijgen deze middelen te dragen.

  2. De beveiligingsbranche stelt terecht, dat het geweldsmonopolie bij de overheid hoort. Ooit was dit onderscheid zeer duidelijk: beveiliging voor de preventie en politie voor de repressie. Enerzijds door toename van de vraag om meer beveiligers in te zetten in het publieke domein en anderzijds door de groei van geweld dient die basisregel te worden opgerekt. Inmiddels kennen we (grofweg) twee soorten beveiligers: de preventieve (receptiediensten, etc.) en de repressieve (horeca, evenementen, toezicht op straat, winkel- en mobiele surveillanten, etc.). De overheid is in deze ontwikkeling niet meegegroeid, dan alleen door de vraag goed te keuren en de inzet van beveiligers mogelijk te maken, maar bevoegdheden zijn niet meegegroeid, terwijl de beveiligingsbranche is geprofessionaliseerd. Er zit een groot gat tussen ‘de beveiliger met portofoon’ en ‘de agent, volgehangen met hulp- en geweldsmiddelen’. Daarbij dient opgemerkt, dat beveiligers ook nog wel eens alleen werken, een agent vrijwel nimmer. Handboeien en pepperspray zouden beschikbaar moeten komen voor repressieve beveiligers, mits deze ervaren en volledig opgeleid zijn, een agressie-training hebben ondergaan en een gericht training ‘gebruik handboeien en pepperspray’ succesvol hebben afgesloten. Aldus kunnen zij een toelating krijgen deze middelen te dragen.

Geef een reactie