Onderwijssector oefent wel voor brand, maar niet voor kogels

Na iedere schietpartij in het buitenland klinkt dezelfde reactie: “Verschrikkelijk. Gelukkig gebeurt zoiets hier niet.” Die reflex is begrijpelijk, maar gevaarlijk. Want wie denkt dat Nederlandse scholen gevrijwaard zijn van extreem geweld, heeft het mis. In Duitsland en Finland vonden de afgelopen decennia meerdere schietincidenten op scholen plaats. De Verenigde Staten worden er zelfs met regelmaat door getroffen.
Auteur: Gert-Jan Ludden
Natuurlijk is Nederland geen Amerika. Onze wapenwetgeving is strenger en de context is anders. Maar dat betekent niet dat een gewapende aanval op een school onmogelijk is. Het betekent slechts dat de kans kleiner is. En verstandig veiligheidsbeleid wordt niet alleen bepaald door de kans dat iets gebeurt, maar ook door de gevolgen als het gebeurt. Die gevolgen zijn veelal catastrofaal. Toch zijn veel Nederlandse scholen daar niet op voorbereid. Brandalarmen worden getest en ontruimingsoefeningen zijn verplicht. Maar vraag een docent wat hij moet doen wanneer een gewapende dader de school binnenkomt en de kans is groot dat het antwoord uit onzekerheid bestaat. Lockdownprocedures ontbreken vaak, zijn summier uitgewerkt of worden nooit geoefend.
Wie zegt dat een schoolshooting hier niet kan plaatsvinden, hoeft alleen maar naar onze eigen geschiedenis te kijken. De schietpartij in winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn en het dodelijke geweld in het Erasmus MC bewezen dat één gewapende dader binnen enkele minuten een samenleving kan ontwrichten. Scholen verschillen daarin niet wezenlijk van ziekenhuizen, winkelcentra of andere publieke gebouwen: het zijn plaatsen waar veel mensen samenkomen en waar iedere minuut telt wanneer geweld uitbreekt.
Nederland heeft de neiging pas maatregelen te nemen nadat een ramp zich heeft voltrokken. We evalueren, schrijven rapporten en beloven dat “dit nooit meer mag gebeuren”. Maar verstandig crisisbeleid begint niet ná de eerste doden. Het begint ervoor. Dat betekent niet dat scholen in zwaarbewaakte vestingen moeten veranderen of dat leerlingen dagelijks langs detectiepoortjes moeten lopen. Wel betekent het dat iedere school een realistisch crisisprotocol moet hebben voor extreem geweld. Dat personeel weet hoe een lockdown werkt. Dat schoolleiders samen met politie, veiligheidsregio’s en ambulancezorg oefenen op scenario’s die niemand wil meemaken.
Crisisorganisaties zouden hierin het voortouw moeten nemen. Zij beschikken over de kennis van crisisbeheersing, commandovoering en multidisciplinaire samenwerking. Die expertise moet veel intensiever worden verbonden met het onderwijs. Niet met dikke draaiboeken die in een kast verdwijnen, maar met praktische trainingen, gezamenlijke oefeningen en duidelijke afspraken. Onder stress vallen mensen terug op wat zij hebben geoefend. Wie nooit oefent, improviseert. En improvisatie kost tijdens een levensbedreigende situatie kostbare seconden.
Daarbij hoort ook een bredere discussie over maatschappelijke ontwikkelingen. Professionals in onderwijs, zorg en veiligheid signaleren al langer dat zij steeds vaker te maken krijgen met mensen die ernstig verward gedrag vertonen of anderszins een verhoogd veiligheidsrisico kunnen vormen. Dat betekent nadrukkelijk niet dat psychische problemen automatisch leiden tot geweld – verreweg de meeste mensen met psychische aandoeningen zijn niet gewelddadig. Maar het benadrukt wel het belang van goede signalering, samenwerking en voorbereiding op uitzonderlijke situaties waarin ernstig geweld wél dreigt.
Veiligheid is geen kwestie van optimisme. Het is een kwestie van voorbereiding. We verhogen dijken voordat het water stijgt. We versterken bruggen voordat ze instorten. En we oefenen brandscenario’s zonder te hopen dat het ooit nodig is. Waarom zouden we dan wachten met het voorbereiden op een gewapend incident op een school totdat Nederland zijn eerste grote schoolshooting heeft meegemaakt?
Er bestaat een eenvoudige wijsheid die bestuurders maar al te vaak vergeten: repareer het dak als de zon schijnt. Wie blijft geloven dat “het hier niet zal gebeuren”, neemt een onverantwoord risico. En als het ondenkbare zich ooit aandient, zal niemand nog willen uitleggen waarom we wel oefenden voor rook, maar niet voor kogels.
Gert-Jan Ludden is adviseur crisisbeheersing bij SVDC












































































































