Onderzoek naar achtergronden van liquidaties in crimineel milieu

Waarom en hoe worden mensen geliquideerd door de onderwereld? Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) heeft een tweede verkennende studie verricht naar de antwoorden op deze vraag. Die studie leidde tot een aantal opvallende conclusies.

Afgelopen decennium vond in Nederland een reeks gewelddadige liquidaties vanuit de criminele wereld plaats. Om meer over de achtergronden te weten te komen voerde het WODC gesprekken met 21 politie- en justitiefunctionarissen uit het opsporingsveld. Ook zijn aanvullende documenten geraadpleegd. In 2017 werd ook al een verkennende studie uitgevoerd, maar de nieuwe studie heeft andere inzichten en conclusies opgeleverd.

Niet alleen een uiterste middel
Conflicten die spelen binnen de georganiseerde drugshandel vormen in algemene zin nog steeds de achtergrond van liquidaties. Maar uit onder andere gekraakte versleutelde tekstberichten die worden verstuurd binnen criminele netwerken blijkt dat er ook andere motieven bestaan, waarvan intimidatie de belangrijkste is. Met dat motief zijn onder andere de broer, advocaat en vertrouwenspersoon (Peter R. de Vries) van kroongetuige Nabil B. vermoord. Opsporingsfunctionarissen wijzen daarom nadrukkelijker op het element van wraak en intimidatie als primaire grond voor liquidaties. Dit gewelddadige optreden speelt zich af tegen de achtergrond van ontwikkelingen op de drugsmarkt, waarbij de groei van de internationale cocaïnehandel zich heeft doorgezet in de afgelopen jaren.

Verbreding doelgroep
Het onderzoek laat een glijdende schaal zien in de verbreding van de doelgroep waar excessief geweld op is gericht. Zo doen liquidaties dienst als interne straf binnen de eigen criminele groep en bestaat er volgens sleutelinformanten, sterker dan voorheen, een ‘afrekencultuur’ binnen de eigen organisatie. Daarnaast blijken liquidaties soms opzettelijk in het bijzijn van familie en kinderen te worden uitgevoerd. In de eerdere studie werd het risico voor omstanders vooral toegeschreven aan de onervarenheid en slordigheid van schutters. Uit de onderschepte communicatie blijkt dat de opdrachtgever hier soms juist op aanstuurt vanwege het intimiderende effect. Als derde heeft het dodelijke geweld zich uitgebreid naar de kring buiten het criminele milieu. Van de moord op de vriendin van een crimineel kopstuk in 2014 en de online crime-journalist Martin Kok in 2016 tot de moord op de broer van kroongetuige Nabil B. in 2018 en zijn advocaat in 2019. Het inboezemen van angst bij mensen die mogelijk met de politie gaan praten of ‘in de weg staan’, lijkt hierbij het voornaamste motief.

Aansturing op afstand
Verder komt in de verkennende studie naar voren dat de ruwe en slordige werkwijze van schutters mede kan worden toegeschreven aan de werkwijze en sturing van opdrachtgevers van liquidaties. De sterk gehanteerde taakverdeling bij de voorbereiding en uitvoering van liquidaties leidt tot specialisering van deeltaken. Dat lijkt efficiënt en professioneel, maar kan tegelijkertijd leiden tot risico’s en fouten bij de feitelijke uitvoering van de moord. Zeker als de aansturing van schutters gebeurt via geschreven korte cryptoberichten. Slordigheid bij de uitvoering van liquidaties lijkt daardoor ook te maken te hebben met verkeerde informatieoverdracht.
De liquidaties worden echter niet altijd zo amateuristisch uitgevoerd als het lijkt. Soms blijkt het juist de bedoeling om de moorden te plegen op klaarlichte dag, met omstanders als getuige en het risico dat onschuldigen door verdwaalde kogels worden getroffen. Deze week is 27 jaar celstraf geëist tegen een man die tijdens het schieten op zijn doelwit ook bijna de bestuurder en een passagier van een tram raakte. Ook vond een liquidatie plaats bij een schoolplein met spelende kinderen.

Deel dit artikel via: