Persvrijheid onder druk door georganiseerde misdaad

Nederland staat op de zesde plaats voor wat betreft de persvrijheid, maar toch wordt het werk van journalisten steeds gevaarlijker. Dat geldt met name voor misdaadjournalisten en vrouwelijke journalisten, zo blijkt uit een internationaal rapport onder leiding van Free Press Unlimited.
Het rapport over de veiligheid van journalisten in Nederland is gepubliceerd door de Media Freedom Rapid Response (MFRR). Op basis van interviews met twintig belanghebbenden, wordt geconcludeerd dat journalisten veilig kunnen werken in Nederland, maar dat agressie en aanvallen toenemen en er manieren zijn om de bescherming van journalisten te verbeteren. Een belangrijke organisatie is de stichting PersVeilig, een opmerkelijk voorbeeld van constructieve samenwerking en dialoog tussen de journalistieke gemeenschap en de staatsautoriteiten. PersVeilig maakt zowel symbolisch als praktisch duidelijk dat aanvallen en intimidatie van melders niet worden getolereerd en collectief worden aangepakt.
Meer doen aan preventie
Dit neemt niet weg dat agressie jegens journalisten nog steeds toeneemt. Dat komt volgens de onderzoekers door de verharding van het publieke debat en de toenemende polarisatie in de samenleving. Dat was vooral tijdens de coronacrisis merkbaar. In 2020 kreeg PersVeilig nog 121 meldingen. In 2021 was dat aantal gestegen tot 272. Van die agressie worden vooral freelanceverslaggevers en vrouwelijke journalisten het slachtoffer. Daders worden over het algemeen goed aangepakt, maar de onderzoekers zien liever dat er meer aan preventie wordt gedaan. Zo pleiten zij voor wat de dreigingen van de georganiseerde misdaad betreft, voor op maat gemaakte beschermingspakketten. Zeker voor journalisten die verslag doen van spraakmakende strafprocessen.
Vijand
Van de 700 ondervraagde journalisten heeft 80 procent wel eens te maken gehad met agressie of intimidatie. Het meest extreme geval was de moord op Peter R. de Vries. Ook bij verslaglegging van demonstraties moeten journalisten het steeds vaker ontgelden. De pers wordt dan als spreekbuis van de overheid en dus de ‘vijand’ beschouwd. De toename van intimidatie komt vooral uit kringen van de georganiseerde misdaad.
De onderzoekers bevelen aan om de waarde van persvrijheid op te nemen in het onderwijs. Voor journalisten met een extra groot risico, zoals misdaadverslaggevers, is op maat gemaakte beveiliging noodzakelijk. Hetzelfde geldt voor journalisten die strafprocessen tegen de georganiseerde misdaad verslaan. Verder wil men dat de politie beter gaat begrijpen wat de rol is van journalisten tijdens een demonstratie, zodat geen onnodige inbreuk op de persvrijheid wordt gemaakt.








































































































