Privacyhandleiding voor het gebruik van drones

Minister Dekker van Rechtsbescherming komt binnenkort met een privacyhandleiding voor het gebruik van drones. Daarin staan regels waar dronepiloten zich aan moeten houden en wat burgers kunnen doen als zij menen dat hun privacy door een drone is geschonden.
Dekker liet het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) onderzoek uitvoeren naar de privacyrisico’s van drones. De resultaten werden vorig jaar juni gepresenteerd in het rapport Spioneren met hobbydrones en andere technologieën door burgers: een verkenning van de privacyrisico’s en reguleringsmogelijkheden. Volgens de minister is voor wat betreft hobbydrones inmiddels een belangrijke stap gezet met de introductie van nieuwe Europese regels voor kleine drones.
Veiligheidsrisico’s
De Europese regels die per 1 januari van kracht zijn, stellen eisen aan de registratie van drones en aan de toegankelijkheid van die gegevens. Drones worden daartoe ingedeeld in de categorieën vluchten met een laag risico (Open categorie), vluchten met een gemiddeld risico (Specifieke categorie) en vluchten met een hoog risico (Gecertificeerde categorie). Hoe hoger de veiligheidsrisico’s, des te meer voorschriften er gelden. Ook wordt voor piloten een minimaal kennisniveau verplicht gesteld en wordt het dankzij de registratie eenvoudiger te herleiden aan wie een drone toebehoort. De registratie moet middels een rfid-tag op de drone worden aangebracht. Alleen drones die lichter zijn dan 250 gram hoeven niet geregistreerd te worden. Het eerste kwartaal kijken de ministeries van Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Waterstaat nog of de regelgeving voor drones voldoende handvatten biedt voor wat betreft privacy en veiligheid. Eventueel komen daarvoor extra regels.







































































































