Rechters leggen vaker tbs op sinds moord Anne Faber
Het aantal keer dat rechters tbs opleggen, is fors gestegen sinds de aanhouding van Michael P. wegens de moord op Anne Faber. Dat zegt de Vereniging van tbs-advocaten vandaag in het AD. Hierdoor zijn voor het eerst sinds jaren wachtlijsten voor tbs-klinieken ontstaan.
Michael P, die in 2017 de 25-jarige Anne Faber verkrachtte en vermoordde, bleek eerder geen tbs te hebben gekregen voor twee andere, eveneens zeer gewelddadige verkrachtingen. Hij wilde niet meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek bij het Pieter Baan Centrum en dan dachten de rechters dat zij geen tbs konden opleggen. De moord leidde tot grote maatschappelijke verontwaardiging. Daarom is onderzocht of tbs ook niet kan worden opgelegd als de verdachte niet meewerkt.
Meer mogelijk dan gedacht werd
In het kader van dit onderzoek werd in het Pieter Baan Centrum een pilot gestart met het observeren van verdachten, die geen persoonlijkheidsonderzoek wilden. Psychologen en psychiaters kunnen dan alsnog vaststellen of tbs gerechtvaardigd is. Mede hierdoor zijn rechters zich mogelijk gaan realiseren dat er veel meer mogelijk is dan zij aanvankelijk dachten”, zegt advocaat Job Knoester, tevens voorzitter van de Vereniging van tbs-advocaten, in het AD. Uit cijfers van de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat rechters in 2016 in totaal 171 keer tbs oplegden. In 2017 steeg dat aantal naar 205. En naar verwachting komt het aantal in 2018 uit op 215. Tbs-advocaat Jan Jesse Lieftink, tevens bestuurslid van de Vereniging van TBS-advocaten, zegt dat deskundigen bij verdachten die een persoonlijkheidsonderzoek weigeren toch steeds vaker de in de wet vereiste gebrekkige ontwikkeling kunnen vaststellen, ook als een concrete diagnose ontbreekt. Voor rechters wordt het daardoor een stuk makkelijker om tbs op te leggen.







































































































