Relatief veel minderjarige asielzoekers verdacht van criminaliteit

Relatief veel alleenstaande minderjarige vreemdelingen die verblijven in de Nederlandse asielopvang worden verdacht van een misdrijf. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) naar criminaliteit en incidenten onder bewoners van opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat het overgrote deel van de asielzoekers nooit met criminaliteit in aanraking komt en dat de cijfers de afgelopen jaren relatief stabiel zijn gebleven.
In 2025 verbleven bijna 113.000 mensen op COA-locaties. Van deze groep werd ongeveer drie procent geregistreerd als verdachte van een strafbaar feit. Opvallend is dat 21 procent van alle geregistreerde verdachten minderjarig was. Binnen de groep alleenstaande minderjarige vreemdelingen werd vorig jaar acht procent als verdachte geregistreerd.
De meeste verdenkingen hebben betrekking op vermogenscriminaliteit, waarbij winkeldiefstal veruit het vaakst voorkomt. Vermogensdelicten waren goed voor 36 procent van alle geregistreerde misdrijven onder COA-bewoners. Daarna volgen geweldsdelicten en vernielingen of verstoringen van de openbare orde.
Verschillen tussen nationaliteiten
Volgens het WODC plegen asielmigranten niet bovenmatig veel criminaliteit in vergelijking met de totale Nederlandse bevolking. Van alle verdachtenregistraties in Nederland kwam in 2024 ongeveer 2,5 procent voor rekening van bewoners van COA-opvanglocaties. Onderzoekers wijzen er bovendien op dat de groep asielzoekers relatief veel jonge mannen telt, een bevolkingsgroep die ook in de algemene criminaliteitscijfers vaker voorkomt. Wanneer voor deze bevolkingssamenstelling wordt gecorrigeerd, liggen de verschillen met de rest van de bevolking dichter bij elkaar.
Wel constateren de onderzoekers verschillen tussen nationaliteiten. Personen met een Algerijnse, Marokkaanse, Tunesische en Georgische achtergrond worden relatief vaker als verdachte geregistreerd. Daarnaast signaleren de onderzoekers dat de inrichting van opvanglocaties mogelijk invloed heeft op het ontstaan van overlast en criminaliteit. Factoren zoals de omvang van opvanglocaties, de samenstelling van bewonersgroepen, de bezettingsgraad en het aanbod van dagbesteding kunnen daarbij een rol spelen.
Het WODC doet momenteel vervolgonderzoek naar de invloed van de opvangomstandigheden op het gedrag van bewoners. Daarbij wordt ook gekeken naar de effecten van noodopvanglocaties, waar de begeleiding door omstandigheden vaak beperkter is. Volgens de onderzoekers is juist voor kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarige vreemdelingen, een stabiele opvangomgeving van groot belang om overlast en criminaliteit zoveel mogelijk te voorkomen.







































































































