Roken en kortsluiting vaak oorzaak fatale woningbranden
Door in totaal 26 woningbranden zijn vorig jaar 28 mensen om het leven gekomen. Dit blijkt uit onderzoek van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV). Uit cijfers blijkt dat die branden vooral voor oudere mensen fataal afliepen.
Het onderzoek gebeurde in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) naar de oorzaken, omstandigheden en het verloop van woningbranden met dodelijke afloop. Met opzet veroorzaakte fatale woningbranden, zoals bijvoorbeeld bij zelfmoord, zijn niet meegenomen in het onderzoek.
Het NIFV verzamelt sinds enige jaren data over fatale woningbranden in Nederland. Zeker 17 mensen waren ouder dan 60 jaar, van wie er 9 80-plusser waren. Van 2 doden was de leeftijd niet bekend. Het aantal mensen dat omkwam door een woningbrand lag in 2010 op 30 en in 2009 op 25. Door 44 branden in huis kwamen in 2008 nog 49 mensen om het leven en in 2003 nog 52. De laatste jaren ligt het aantal slachtoffers dus lager, maar of er sprake is van toeval, kan het NIFV op basis van de beschikbare cijfers niet concluderen.
De belangrijkste oorzaken van de 26 fatale woningbranden in 2011 waren roken en kortsluiting. De door de brandweer meest genoemde factoren voor fataliteit van de brand, zijn rookontwikkeling, late ontdekking en beperkte mobiliteit van het slachtoffer. Van de fatale woningbranden ontstonden er zes in meubilair en drie in het bed of de matras. Acht van deze branden ontstonden door roken.
Relatief veel van deze slachtoffers was ouder dan 60 jaar (45 procent), concluderen de onderzoekers, omdat gemiddeld over die jaren 21 procent van de bevolking die leeftijd had bereikt. De onderzoekers vinden dan ook dat er onderzoek moet komen hoe het kan dat ouderen relatief vaak slachtoffer zijn. Het is bekend dat sommige slachtoffers niet mobiel waren, maar dat gold niet voor alle gevallen.






































































































