Seksuele straatintimidatie nauwelijks bestraft

De aanpak van seksuele straatintimidatie door speciaal opgeleide boa’s levert vooralsnog weinig concrete resultaten op, schrijft het AD. Uit een proef die inmiddels twee jaar loopt in zeven Nederlandse gemeenten blijkt dat slechts zes boetes zijn opgelegd, ondanks het grote aantal meldingen van ongewenst seksueel gedrag in de openbare ruimte. Lokale bestuurders spreken van een ingewikkelde wetgeving die in de praktijk moeilijk uitvoerbaar blijkt.
Sinds 1 juli 2024 is seksuele straatintimidatie strafbaar. De wet moet slachtoffers beter beschermen tegen gedrag zoals naroepen, sissen, seksueel getinte opmerkingen en andere vormen van ongewenste benadering. In steden als Rotterdam en Utrecht worden jaarlijks honderden meldingen gedaan van dergelijke incidenten. Onderzoek laat zien dat een groot deel van de vrouwen ooit te maken heeft gehad met seksuele intimidatie op straat.
Om de handhaving te versterken werd in zeven gemeenten een proef gestart waarbij speciaal getrainde boa’s processen-verbaal mogen opmaken. Tot nu toe heeft dit echter geleid tot slechts zes opgelegde boetes. In verschillende gemeenten werden helemaal geen overtreders beboet, terwijl meerdere zaken nog wachten op behandeling door het Openbaar Ministerie of de rechter.
Hoge juridische drempel
Volgens betrokken gemeenten ligt de oorzaak vooral in de hoge juridische drempel voor handhaving. Boa’s mogen alleen optreden wanneer het gedrag tegelijkertijd seksueel getint, indringend, vreesaanjagend én intimiderend is. Bovendien moeten handhavers vaak meerdere waarnemingen doen voordat een proces-verbaal kan worden opgesteld. Hierdoor vallen veel situaties die door slachtoffers als intimiderend worden ervaren buiten de mogelijkheden van directe handhaving.
Ook speelt capaciteit een rol. In de zeven deelnemende gemeenten zijn slechts ongeveer zestig boa’s specifiek opgeleid om seksuele straatintimidatie aan te pakken. Daardoor is de kans klein dat overtredingen daadwerkelijk op heterdaad worden vastgesteld.
Ondanks de beperkte resultaten willen alle deelnemende gemeenten doorgaan met de proef. Zij zien handhaving als een belangrijk maatschappelijk signaal dat seksueel intimiderend gedrag niet wordt geaccepteerd. Tegelijkertijd klinkt de roep richting Den Haag om de wet te vereenvoudigen, zodat slachtoffers beter beschermd worden en handhavers effectiever kunnen optreden tegen ongewenst gedrag in de openbare ruimte.







































































































