Structureel 5 miljard euro extra voor Defensie

Het kabinet investeert structureel 5 miljard euro extra in Defensie. Daarmee gaat het Defensiebudget zo’n 40 procent omhoog ten opzichte van de begroting van 2022. Dat valt te lezen in de Voorjaarsnota die is aangeboden aan de Tweede Kamer.

De extra investeringen volgen uit zowel het coalitieakkoord als de Voorjaarsnota. Het betekent dat Nederland in 2024 en 2025 voldoet aan de 2% bbp-norm voor de NAVO. Daarmee geeft ons land volgens minister Kajsa Ollongren een belangrijk signaal af naar de NAVO-bondgenoten en Europese partners. “Dit is de grootste investering sinds het einde van de Koude Oorlog. En enorm belangrijk. Zeker nu, met de oorlog in Oekraïne. De veranderende veiligheidssituatie drukt ons met de neus op de feiten”, aldus de minister. Ook in de Tweede Kamer leeft brede steun voor de extra investeringen.

Slimmer samenwerken
Bij Defensie ligt nu een grote verantwoordelijkheid het geld goed te besteden. In de huidige marktsituatie is dat niet eenvoudig. Er is schaarste aan personeel en reserveonderdelen en er zijn lange levertijden. Ollongren: “We gaan de komende periode onze basis versterken en bouwen aan de krijgsmacht van de toekomst. Net als Nederland verhogen ook veel bondgenoten hun defensiebudget. Dit is dan ook het moment om slimmer samen te werken.”

Ambitieus en realistisch plan
Beide bewindslieden presenteren binnenkort de Defensienota. Daarin maken ze duidelijk hoe ze het geld de komende jaren willen besteden. In het coalitieakkoord is structureel 0,5 miljard euro gereserveerd voor nieuwe arbeidsvoorwaarden en het loongebouw voor militairen. “Er rust een grote verantwoordelijkheid op onze schouders. In de Defensienota zullen de staatssecretaris en ik een ambitieus en realistisch plan presenteren. Dat begint bij het hart van onze organisatie: het defensiepersoneel”, aldus Ollongren.
Verder benadrukte de minister zoveel mogelijk te willen investeren samen met internationale partners, het bedrijfsleven en de kennisinstituten. “Dat uiteraard met oog voor innovatie en duurzaamheid.”

Deel dit artikel via: