TNO onderzocht invloed van intimidatie op toezichthouders

Hoe is de invloed van intimidatie op toezichthouders te beperken? TNO onderzocht de impact van intimidatie en hoe individuele verschillen kunnen worden verklaard. Onderzoeker Victor Kallen licht het onderzoek toe in ToeZine, een uitgave van het CCV.
Volgens Kallen is er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gedaan naar welk type mens meer of minder vatbaar is voor intimidatie, terwijl meer inzicht kan helpen begrijpen wat sommige mensen in bepaalde posities mogelijk kwetsbaar maakt. Ook wordt zo duidelijker of het helpt om aan de ontwikkeling van bepaalde competenties meer aandacht te schenken. Denk bijvoorbeeld aan burgemeesters die bedreigd worden. Maar ook aan medewerkers die intimidatie niet durven te melden.
Literatuuronderzoek
Dat er nog weinig onderzoek naar intimidatie is gedaan komt onder andere omdat het als onethisch wordt beschouwd om mensen voor onderzoek te intimideren. Toch zijn volgens Kallen testpersonen wel nodig om meer over stressreacties te leren. Daarom de hulp ingeroepen van Kay de Wit die op dit onderwerp promoveert met een literatuuronderzoek. Zo werden inzichten verzameld die er al wél waren. Dit onderzoek werd gedaan vanuit de aannames dat intimidatie tussen personen gebeurt én dat het vooral gaat om het wekken van de suggestie van een bedreiging. Vanuit deze aannames waren de onderzoekers vooral geïnteresseerd in welke persoonlijkheidsaspecten invloed hebben op de effectiviteit van de poging tot intimidatie.
Het intimidatiemodel
Op basis van het literatuuronderzoek ontwikkelde TNO een intimidatiemodel. Dat toont welke persoonlijkheidskenmerken en invloeden daarop mensen waarschijnlijk vatbaarder maken voor intimidatie. Er werd zowel naar slachtoffers als daders gekeken. De kenmerken in het model sloegen op een extreme groep mensen met vaak psychische stoornissen, want daar is wel meer over bekend. Het gaat dan om psychische stoornissen als een bipolaire stoornis of neurose. Maar ook externe factoren, zoals seksueel misbruik in de jeugd en drugsgebruik, kunnen een rol spelen. Om het model toepasbaar te maken voor een grotere en meer representatieve groep mensen, was het nog wel nodig om mensen uit de algemene populatie onder meer alledaagse omstandigheden te onderzoeken. Dat gebeurde met behulp van AVN Opleidingen, dat op verzoek van de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland interventieteams ging trainen op weerbaarheid. In die training zat een onderdeel specifiek gericht op intimidatie.
Bron: het CCV.












































































































