Toezichthouder: afluisteren tijdens coronaperiode was rechtmatig

De AIVD en MIVD hebben tijdens de coronapandemie rechtmatig telefoons afgeluisterd en online activiteiten onderzocht van personen die mogelijk een gevaar vormden voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Dat concludeert de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) in een donderdag gepubliceerd rapport. Volgens de toezichthouder handelden beide diensten binnen de wettelijke kaders en waren de ingezette middelen noodzakelijk en proportioneel.
In de periode van maart 2020 tot april 2022 deden zich volgens de CTIVD meerdere situaties voor waarin personen signalen afgaven die konden wijzen op extremisme of gewelddadige intenties. Het ging daarbij niet uitsluitend om kritiek op het coronabeleid, maar om uitingen die gepaard gingen met een breder anti-overheidssentiment. In sommige gevallen werd via sociale media desinformatie en complottheorieën verspreid, terwijl ook expliciete dreigingen richting overheid en politici werden geuit.
Defensiemedewerker
Zowel de civiele als de militaire inlichtingendienst onderzocht personen die mogelijk een risico vormden. Bij de MIVD betrof dit onder meer medewerkers van Defensie, waarbij de toezichthouder wijst op mogelijke gevolgen voor internationale samenwerking, het maatschappelijk draagvlak en de paraatheid van de krijgsmacht. In een concreet geval beschikte een onderzochte persoon over wapens en werd gevreesd dat hij tot geweld zou kunnen overgaan. In een ander dossier dreigde iemand met geweld als vergaande coronamaatregelen zouden worden ingevoerd.
Toestemming gevraagd
De CTIVD benadrukt dat de AIVD en MIVD voor dergelijke onderzoeken steeds toestemming hebben gevraagd en dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer in verhouding stond tot het beoogde doel. Vaak beperkte het onderzoek zich tot het analyseren van openbaar geplaatste berichten, foto’s en video’s op sociale media. Alleen wanneer personen weinig online actief waren maar vooral telefonisch communiceerden, werd overgegaan tot het afluisteren van gesprekken.
Het toezichtonderzoek werd ingesteld op verzoek van de parlementaire enquêtecommissie Corona, nadat uit jaarverslagen bleek dat de inlichtingendiensten tijdens de crisis extra aandacht hadden voor radicalisering en extremisme. De Kamer wilde inzicht in de vraag of daarbij de grenzen van de wet werden gerespecteerd. Volgens de CTIVD is dat het geval en is er geen sprake geweest van onrechtmatig handelen door de diensten.









































































































