Vakbond AVV en VVNL toetsen uitspraak Raad van State aan EU-recht

Vakbond AVV en Vereniging Veiligheidsdomein Nederland (VVNL) laten hun recht om een eigen cao te voeren vrijdag 9 januari toetsen aan Europese wetgeving bij de rechtbank in Den Haag. De centrale vraag luidt: mag de Staat der Nederlanden cao-afspraken – gemaakt tussen een vakbond en een werkgeversvereniging – zomaar verwerpen? Volgens AVV en VVNL heeft de Raad van State bij de uitspraak in oktober 2024 namelijk geen rekening gehouden met EU-regels op dit gebied. Terwijl de vrijheid van werkgevers- en werknemerspartijen om te onderhandelen en afspraken te maken een Europees grondrecht is.
Volgens AVV-voorzitter Martin Pikaart ging de Raad van State – met het oordeel dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onterecht dispensatie had verleend aan leden van VVNL – voorbij aan een fundamentele vraag. ‘Namelijk of een collectieve arbeidsovereenkomst die in vrijheid is uitonderhandeld door een onafhankelijke bond, overruled kan worden door de overheid door middel van het algemeen verbindend verklaren van een andere cao.’
Grondrechten
Volgens Pikaart handelde de Raad van State daarmee in strijd met internationale grondrechten. ‘Die stelt dat de overheid zich niet mag mengen in de totstandkoming van de collectieve arbeidsvoorwaarden’, aldus Pikaart. De rechtszaak is ook van belang voor andere bedrijfstakken. Bijvoorbeeld voor sectoren waar subsectoren en bedrijven anders werken en daarom dispensatie vragen: omdat de cao die voor de hele sector geldt niet passend is voor de betreffende subsector.
Logisch gevolg
Leon Vincken, directeur-bestuurder van VVNL, verklaarde eerder al dat de rechtszaak ook een logisch gevolg is van de kernwaarden van de vereniging én in het belang van alle leden. “De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geen EU-recht toegepast. De Afdeling heeft zogenaamde prejudiciële vragen moeten stellen aan het Europese Hof: een rechtsvraag van een nationale rechter aan het hogere EU-gerechtshof over de uitleg van een rechtsregel. In ons geval gaat het over ‘de vrijheid van vereniging en onderhandeling in het vaststellen van een cao’. Dat is niet gebeurd.”
Toepassen EU-grondrechten
Advocaten Jaap Obbink en Hans van Meerten, specialist op het gebied van EU-recht, vertegenwoordigen de belangen van AVV en VVNL tijdens de rechtszaak in Den Haag: “De eigen cao van AVV en VVNL werd overruled door de minister (….). De minister zet daarmee het recht van vrije onderhandeling aan de kant. Vervolgens past ook de hoogste nationale rechter bij de uitspraak (in oktober 2024) op geen enkele manier EU-grondrechten toe. Dat had wel gemoeten, met name om kleinere partijen, zoals AVV en VVNL, te beschermen”, aldus Van Meerten.
De uitspraak volgt binnen enkele weken.







































































































