Vervroegde vrijlating wordt aan banden gelegd
Minister Sander Dekker van Veiligheid en Justitie dient een wetsvoorstel in dat ervoor moet zorgen dat gedetineerden niet meer vanzelf na het uitzitten van twee derde van hun straf vrijkomen. De voorwaardelijke vervroegde vrijlating wordt beperkt tot maximaal twee jaar.
Op het moment is het zo dat iemand die bijvoorbeeld tot 18 jaar celstraf is veroordeeld al na 12 jaar mag vertrekken. Volgens de minister is dat moeilijk uit te leggen aan de nabestaanden van slachtoffers van de veroordeelde criminelen. De vervroegde vrijlating geheel afschaffen wil hij echter ook niet, omdat daarmee een reden vervalt voor gevangenen om zich gedurende hun detentie goed te gedragen. Wie dat niet doet, moet alsnog de volledig opgelegde straf uitzitten. Dat laatste geldt overigens ook als het Openbaar Ministerie van oordeel is dat het vrijlaten van de gevangene nog niet verantwoord is. Ook kan de vervroegde vrijlating worden verbonden aan bijzondere voorwaarden, zoals een locatie- of contactverbod om ontmoetingen tussen de crimineel en (nabestaanden van) slachtoffers te voorkomen.







































































































