Vierjarig onderzoek PRIME voor aanpak cybercriminaliteit

In Apeldoorn is PRIME (Prevalence and Intervention measurement) officieel van start gegaan. Het vierjarige onderzoeksprogramma moet meer inzicht geven in de omvang van cybercriminaliteit en de manier waarop politie-interventies tegen cybercriminelen kunnen worden ingezet en geëvalueerd.
Binnen PRIME werken vier promovendi vanuit de politiepraktijk aan verschillende onderzoeksvragen. Twee onderzoeken richten zich op zogenoemde bulletproof hosting: infrastructuur die cybercriminelen in staat stelt om hun activiteiten online te faciliteren en buiten bereik van opsporingsdiensten te houden. Nederland speelt volgens de initiatiefnemers een opvallende rol binnen deze internationale infrastructuur.
Het onderzoek van Aaron van Santen van de Universiteit Twente richt zich op de omvang van bulletproof hosting in Nederland. Jai Wientjes van de TU Eindhoven onderzoekt onder meer advertenties op darknetplatforms waarmee dergelijke hostingdiensten worden aangeboden.
Optreden van politie
De andere twee promovendi richten zich op het optreden van de politie. Marije B. van Tilburg University onderzoekt hoe politie en opsporingsdiensten verdachten beter kunnen prioriteren. Dian Boelsz, verbonden aan de Haagse Hogeschool en de Vrije Universiteit Amsterdam, onderzoekt hoe de effectiviteit van politie-interventies tegen cybercriminaliteit kan worden vastgesteld.
Volgens de initiatiefnemers vraagt cybercriminaliteit om een andere benadering dan traditionele criminaliteit. Digitale aanvallen kunnen op grote schaal worden uitgevoerd, waardoor één criminele handeling potentieel een groot aantal slachtoffers kan maken. Dit zogenoemde schaalvoordeel maakt het volgens de onderzoekers belangrijk om niet alleen te kijken naar individuele daders of incidenten, maar ook naar de infrastructuur en de maatschappelijke impact.
Keuzes binnen de opsporing
Door interventies systematisch te meten, wil PRIME bijdragen aan een betere onderbouwing van keuzes binnen de opsporing. Het programma brengt daarbij wetenschappelijke kennis en de dagelijkse politiepraktijk samen. De onderzoekers worden begeleid door wetenschappers en deskundigen uit zowel de academische wereld als de politie.
Met de officiële start in Apeldoorn is de eerste stap gezet in een onderzoekstraject dat de komende vier jaar meer inzicht moet geven in effectieve manieren om cybercriminaliteit te bestrijden.














































































































