Zorgen over overname DigiD- en MijnOverheid-leverancier

De mogelijke overname van cloudleverancier Solvinity door een Amerikaans bedrijf leidt tot groeiende bezorgdheid in de Tweede Kamer. Nadat eerder GroenLinks-PvdA om opheldering vroeg, heeft nu ook de SGP Kamervragen gesteld over de gevolgen voor DigiD, MijnOverheid en andere overheidssystemen die op de infrastructuur van Solvinity draaien. Volgens SGP-Kamerlid Stoffer dreigt cruciale digitale rijksinfrastructuur feitelijk in buitenlandse handen te komen, met risico’s voor digitale soevereiniteit en dataveiligheid.
Solvinity levert al jaren hosting- en beveiligingsdiensten aan diverse overheidsinstanties. Naast DigiD en MijnOverheid maakt ook het beveiligde communicatiesysteem van het ministerie van Justitie en Veiligheid gebruik van de omgeving van het bedrijf. De SGP wil weten of het kabinet de zorgen deelt dat deze diensten kwetsbaar worden als de leverancier onder Amerikaanse jurisdictie komt te vallen. Daarbij speelt onder meer de reikwijdte van Amerikaanse wetgeving die data van buitenlandse klanten onder bepaalde omstandigheden kan opeisen.
Nationale veiligheid
Stoffer vraagt staatssecretaris Van Marum voor Digitalisering om duidelijk uiteen te zetten hoe de eigendomsstructuur van de achterliggende it-diensten is georganiseerd. Hij wil weten welke onderdelen in handen zijn van Solvinity en wat de overname concreet betekent voor exploitatie, beveiliging en zeggenschap. De partij vraagt daarnaast of er juridische mogelijkheden zijn om de overname geheel te blokkeren of onder strikte voorwaarden toe te staan, gezien het belang van de diensten voor de nationale veiligheid.
De SGP wil verder weten welke stappen het kabinet heeft gezet om de digitale autonomie van de overheid te versterken. Daarbij noemt Stoffer de ontwikkeling van een nationale of soevereine overheidscloud, waarmee cruciale diensten binnen Nederlandse zeggenschap kunnen blijven. Ook vraagt hij hoe wordt voorkomen dat andere strategische ict-leveranciers in buitenlandse handen vallen.
Staatssecretaris Van Marum heeft drie weken de tijd om de vragen te beantwoorden. De kwestie legt volgens Kamerleden opnieuw bloot hoe afhankelijk de overheid is van externe leveranciers en hoe kwetsbaar de digitale rijksinfrastructuur wordt wanneer die afhankelijkheid verschuift naar buitenlandse partijen.






































































































