Hogere straffen voor geweld onder invloed blijven vaak uit

Van de geregistreerde aanhoudingen voor geweldsincidenten is het aantal trajecten volgens de Wet middelenonderzoek bij geweldsplegers (WMG) substantieel lager dan verwacht. Dat blijkt uit evaluatieonderzoek dat Bureau Beke in opdracht van het WODC heeft uitgevoerd.

Verschillende verbeteringen in de praktische uitvoering bij de politie kunnen volgens de onderzoekers leiden tot een hoger aantal toepassingen van de wet. De Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) is in 2017 ingevoerd. Op grond hiervan kunnen opsporingsambtenaren verdachten van geweldsmisdrijven testen op het gebruik van alcohol en drugs. Middelengebruik kan vervolgens leiden tot een verhoogde strafeis of het eisen van bijzondere voorwaarden.

Ruimte voor meer inzet WMG
Uit de politiecijfers blijkt dat van 2017 tot en met 2020 ongeveer 2,5 procent van de geweldsincidenten heeft geleid tot een WMG-traject. Dit aantal is heel laag als gekeken wordt naar hoe vaak alcohol- of drugsgebruik een rol spelen bij geweldsincidenten (prevalentie). Zo is minimaal 26 procent van de geweldsincidenten alcoholgerelateerd en 3 procent is drugsgerelateerd geweld. Het verschil tussen de twee prevalentiepercentages en het percentage ingezette WMG-trajecten geeft volgens de onderzoekers aan dat er ruimte is om de WMG effectiever in te zetten.

Wat is alcohol- en drugsgerelateerd geweld?
In de WMG gaat het om geweld dat is gepleegd onder invloed van alcohol en/of drugs. Niet alleen burgers zijn hiervan het slachtoffer, ook werknemers met een publieke taak worden regelmatig geconfronteerd met agressie onder invloed van alcohol en drugs. Middelengebruik komt veel voor in het uitgaansleven en bij voetbalwedstrijden, maar het speelt ook regelmatig een rol bij huiselijk geweld. Geweld onder invloed van alcohol en/of drugs bezorgt de slachtoffers veel leed omdat de verwondingen meestal zwaarder zijn en omdat deze geweldsdelicten veel maatschappelijke impact hebben.

Zwaktes in de uitvoering
De uitvoering van de WMG bij de politie kent volgens de onderzoekers enkele zwaktes die van invloed kunnen zijn op het aantal WMG-afdoeningen. Zo is er onder politiefunctionarissen weinig kennis van of interesse in de WMG. Ook het percentage hulpofficieren van justitie (hovj’s) dat ervaring heeft met de WMG blijkt in het onderzoek laag. Dat helpt niet om agenten alert te houden op WMG-mogelijkheden bij geweldsincidenten. De onderzoekers bevelen daarvoor meer structurele trainingen en opfrismomenten aan. Daarnaast leidt de discretionaire bevoegdheid en de complexiteit van het WMG-proces tot het vergeten of overslaan van de WMG-procedure. Ook willen politiefunctionarissen graag dat hun inspanningen in het kader van de WMG ‘lonen’, doordat een verhoogde straf/bijzondere voorwaarde wordt geëist. Een terugkoppeling van zaken die met succes voor de rechter zijn gekomen kan hierop een positieve invloed hebben.

Tegendraads effect: weigeraars
Een vooraf voorzien tegendraads effect van de WMG blijkt een bron van toenemende zorg: het percentage verdachten dat weigert mee te werken aan alcohol- en drugstesten stijgt van 14 procent in 2017 naar 20 procent in 2020. Weigeraars kunnen op die manier de hele WMG-procedure voorkomen en daarmee proberen een hogere straf te ontlopen. De onderzoekers benadrukken dat dit van invloed kan zijn op het bereiken van de doelen van de wet.

Politieperspectief
Met dit onderzoek zijn enkele door de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie toegezegde eerste twee delen van de evaluatie van de wet uitgevoerd: wat is het doel van de wet (planevaluatie) en hoe wordt de wet uitgevoerd (procesevaluatie). Daarbij is de WMG vooral vanuit politieperspectief benaderd. Of het OM inderdaad strafverzwaring of bijzondere voorwaarden eist en of de rechter dit overneemt, komt in dit onderzoek niet aan de orde. Voor een nadere effectevaluatie, het eventuele derde deel van de evaluatie van de wet, zijn dat volgens de onderzoekers belangrijke gegevens om mee te nemen.

Deel dit artikel via: