Landelijke Eenheid politie wordt in tweeën gedeeld

De Landelijke Eenheid van de politie wordt opgesplitst in twee landelijke eenheden. Dat heeft minister Yeşilgöz-Zegerius van J&V besloten, na een advies daartoe van de Commissie Schneiders. Het besluit moet leiden tot twee toekomstbestendige, goed bestuurbare landelijke politieonderdelen.

Naar aanleiding van een reeks kritische rapporten deed de commissie Schneiders sinds vorig jaar onderzoek naar de inrichting van de Landelijke Eenheid en haar positionering binnen het politiebestel. In april stelde de commissie in een tussenrapportage vast dat fundamentele veranderingen bij de eenheid nodig zijn. In haar eindrapportage ‘Ruimte voor slagvaardig politiewerk’, die woensdag naar de Tweede Kamer is gestuurd, benoemt de commissie welke veranderingen zij adviseert.

Twee gelijkwaardige eenheden
Een van de belangrijkste veranderingen is het opsplitsen van de Landelijke Eenheid in twee nieuwe, gelijkwaardige eenheden. ‘Zo ontstaan eenheden die zich met meer focus kunnen richten op de uitvoering van hun specialistische taken en de doorontwikkeling van kennis, kunde en methodieken. Ook wordt zo verbetering mogelijk op het vlak van bestuurbaarheid, beheersbaarheid en bedrijfsmatige ondersteuning en ontstaat ruimte voor de menselijke maat binnen de organisatie’, aldus de commissie.
In haar reactie op de rapportage laat minister Yeşilgöz-Zegerius weten dat zij de aanbeveling overneemt en de Landelijke Eenheid dus opsplitst. Eerder lieten korps- en eenheidsleiding ook al weten dat het creëren van twee nieuwe eenheden in hun ogen de beste oplossing biedt voor de problemen bij de LE.

Expertisetaken
De minister schreef aan de Kamer dat in de ene landelijke eenheid expertisetaken worden belegd, waaronder de handhaving- en opsporingstaak op de infrastructuur (Dienst Infrastructuur) en de landelijke beveiligings- en opsporingstaak in het stelsel bewaken en beveiligen (Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging). Deze eenheid werkt ten behoeve van het hele korps en levert ondersteuning op het vlak van expertise en materieel. In deze eenheid worden ook nationale intelligencetaken belegd.
De andere landelijke eenheid richt zich op landelijke opsporing van zware vormen van georganiseerde criminaliteit en terrorisme. Hier worden de landelijke recherchetaken inclusief intelligence en expertise voor de opsporing ondergebracht, evenals de Dienst Speciale Interventies (DSI). Dit onderdeel wordt ook het primaire aanspreekpunt voor buitenlandse opsporingsdiensten.
De twee nieuwe eenheden moeten wendbaar zijn, datagedreven werken en innovatie en vakontwikkeling stimuleren. Over de naamgeving wordt later besloten.

Cultuuromslag
De minister benadrukt, in navolging van de commissie, dat meer nodig is dan alleen organisatorische aanpassingen: “Ik ben het met de commissie eens dat de nieuwe landelijke eenheden alleen toekomstbestendig zullen zijn als gelijktijdig een cultuuromslag plaatsvindt en maatregelen worden getroffen ten aanzien van de werkcultuur en het leiderschap.”
Net als de Commissie Schneiders vindt korpschef Henk van Essen dat voor leidinggevenden een cruciale rol is weggelegd bij de veranderingen die de LE gaat doormaken: “Leidinggevenden vormen een belangrijke factor bij het realiseren van een veilige werkomgeving. Zij moeten weten wat er speelt. Om te zorgen voor leidinggevenden waar de eenheid behoefte aan heeft, worden nieuwe leiderschapsprofielen opgesteld. Daarin staat onder meer omschreven over welke inhoudelijke kennis, competenties én karaktereigenschappen een leidinggevende moet beschikken.”

Verdienen
Volgens Oscar Dros, politiechef van de LE, zijn de veranderingen niet alleen noodzakelijk, maar is het ook wat de bijna 6000 medewerkers verdienen. “Het fundament van de huidige Landelijke Eenheid is niet op orde. Daarnaast hebben we te maken met snel veranderende criminaliteit. Alleen met deze ingrijpende maatregelen kunnen de medewerkers op een veilige en professionele wijze hun werk blijven doen.”
Van Essen stelt in een reactie dat de veranderingen bij de Landelijke Eenheid de hele politie raken: “Al is het maar, omdat alle eenheden gebaat zijn bij het goed functioneren van de nieuwe landelijke eenheden en zij intensief met hen zullen samenwerken. Maar de veranderingen bij de LE zullen ook invloed hebben op andere onderdelen van de politie. Dan gaat het bijvoorbeeld om onderdelen die de LE ondersteunen op personeelsgebied of de Politieacademie. Feitelijk markeren de veranderingen bij de LE de start van de volgende fase van de in 2013 ingezette vorming van de Nationale Politie.”

Geduld gevraagd
Zowel Dros als Van Essen vraagt de medewerkers én de politiek om geduld. Dros: “Het wordt beter en dat gaat iedereen merken. Maar dat gaat wel even duren. Ik hoop dat we de tijd en ruimte krijgen om het vertrouwen waar te maken dat we in staat zijn om de boel op orde te brengen.” Eind deze zomer is een transitieplan op hoofdlijnen gereed. Uiterlijk 1 oktober moet een uitgewerkt plan klaar zijn, waarin staat beschreven hoe en op welke termijn de veranderingen tot stand worden gebracht.
In het transitieplan worden niet alleen de splitsing van de LE en de gewenste werkcultuur verder uitgewerkt, maar wordt ook aandacht besteed aan bijvoorbeeld het flexibeler maken van de organisatie, datagedreven werken, de relatie tot het bevoegd gezag en de bedrijfsmatige ondersteuning van de nieuwe eenheden. De medewerkers van de LE zullen, evenals het bevoegd gezag, de vakbonden én de medezeggenschap, nauw bij de planvorming worden betrokken.

Middelen
Behalve geduld vraagt de politie aan de politiek ook om voldoende financiële middelen. Om de transitie vorm te geven en de nieuwe eenheden optimaal te laten functioneren, maar ook om alle ambities op het gebied van criminaliteitsbestrijding waar te kunnen maken. “Er is daarvoor nu 20 miljoen structureel gereserveerd. Dat is wat de politie betreft een goede eerste stap, maar op basis van het transitieplan moet blijken hoeveel budget daadwerkelijk nodig is om de gezamenlijke ambities waar te maken”, zegt korpschef Van Essen.
De commissie Schneiders zal de veranderingen bij de LE de komende tijd blijven volgen. De minister heeft de commissie opdracht gegeven haar te blijven adviseren over de kwaliteit, de haalbaarheid en de planning van het transitieplan. De Korpsleiding liet de minister eerder al weten voorstander van deze monitoring te zijn.

Deel dit artikel via: