Honderden ernstige incidenten met ongehoorzame politiehonden

TV-programma Zembla besteedt donderdagavond aandacht aan de inzet van honden door de politie. Daarover blijkt wettelijk nauwelijks iets geregeld, terwijl er veel ernstige incidenten plaatsvinden. Vorig jaar gebeurde dat 357 keer.

Er zijn volgens Zembla meerdere voorvallen waarbij een politiehond bij een aanhouding niet luisterde naar het commando van de geleider om los te laten. De honden laten zelden bij een eerste commando los en in sommige gevallen blijven zij zelfs minutenlang doorbijten. Bij dergelijke incidenten wordt niet geregistreerd om welke honden het gaat. In totaal heeft de politie 400 honden in gebruik, waarmee vorig jaar 357 bijtincidenten plaatsvonden. Volgens Zembla worden de honden vaak onnodig ingezet, wat ook komt omdat daar nauwelijks iets voor geregeld is. Dit in tegenstelling tot andere geweldsmiddelen, zoals vuurwapens en pepperspray, waarvoor duidelijke ambtsinstructies gelden.

Disproportioneel
Het ernstigste incident dit jaar vond in maart plaats in Rotterdam. De politie hield iemand aan die in een geparkeerde auto zat en die onder invloed van lachgas overlast zou hebben veroorzaakt. De agenten lieten zonder duidelijke aanleiding een hond door het geopende portierraam naar binnen springen om de man aan te vallen. Vervolgens werd de verdachte zijn auto uitgetrokken, waarbij hij getaserd werd. Terwijl de agenten de man in elkaar sloegen, bleef de hond doorbijten, ondanks commando’s van zijn geleider om los te laten. Zembla liet de beelden zien aan politiewetenschapper Jaap Timmer, die sprak van ongeoorloofd geweldgebruik en een vorm van marteling. Ook het Openbaar Ministerie Rotterdam en de korpsleiding noemden het gebruikte politiegeweld disproportioneel. Niettemin gaat de hondengeleider vrijuit. Wel heeft de automobilist een schadevergoeding gekregen.

Richtlijnen
Volgens de politie zijn er wel degelijk richtlijnen. “Het is soms noodzakelijk om een hond in te zetten”, stelt Ronald Verheggen, sectorhoofd Dienst Regionale Operationele Samenwerking (DROS) en verantwoordelijk voor de trainingen van politiehonden. Tijdens Zembla legt hij uit hoe de politie honden inzet als geweldsmiddel, zoals bij aanhoudingen met een verhoogd risico of bij samenscholingen waarbij de openbare orde ernstig in het geding is. Volgens de richtlijnen moet de hond dan aangelijnd zijn. Ook moet de politie waarschuwen voordat een surveillancehond of een AOT-hond tegen een verdachte wordt ingezet. Dat moet luid en duidelijk gebeuren.

Intensieve training
Volgens Verheggen krijgen de honden en hun geleiders een intensieve training. “De honden worden afgericht door particulieren, die ze de basisvaardigheden bijbrengen. Daarna nemen instructeurs van de politie de opleiding van de honden en geleiders over. De geleider traint minimaal twee keer per maand met zijn of haar hond, die gecertificeerd moet zijn conform de Regeling politiehond. Dat houdt in dat hond en geleider verplicht een keer per twee jaar deel moeten nemen aan een examen. We trainen op bijten in arm en been. Als dat bijvoorbeeld door de omstandigheden niet mogelijk is kan de hond ‘geplaatst’ worden op een specifiek lichaamsdeel. Daarbij zal de veiligheid van de verdachte altijd in overweging worden genomen.”

De gebeten hond
Volgens de politie vormen bijtincidenten ongeveer 1 procent van alle incidenten met ingezette geweldsmiddelen. Verheggen erkent dat aan ieder geweldsmiddel risico’s vastzitten. “De hond is en blijft een dier. Er zit altijd een element van onvoorspelbaarheid in. De geweldsinzet (rechtmatigheid en proportionaliteit) van een surveillance wordt getoetst door de hulpofficier van justitie, het sectorhoofd, de Commissie Geweldsaanwending in de eenheid en uiteindelijk de politiechef van die eenheid. Bij de afwegingen en het oordeel gebruikt de commissie de adviezen uit het rapport ‘De gebeten hond’ van de politie, die zich hierbij baseerde op aanbevelingen van de Nationale Ombudsman uit 2009. Die adviseerde de politie om de regels voor de inzet van honden op te nemen in de Ambtsinstructie. Het is echter nog wachten tot deze aanbeveling van elf jaar geleden formeel wordt opgenomen in de nieuwe Ambtsinstructie voor de politie.

Gedeeld

Geef een reactie