Nederlandse fraudebestrijding in strijd met mensenrechten?

De VN-rapporteur voor de mensenrechten Philip Alston meent dat het Nederlandse systeem om uitkeringsfraude op te sporen in strijd is met de mensenrechten. Het zou mensen met weinig geld en mensen met een migratie-achtergrond discrimineren, vertelde hij maandagavond in Nieuwsuur.

De kritiek betreft het Systeem Risico Indicatie (SyRI) van het ministerie van Sociale Zaken. Dat maakt gebruik van een algoritme dat data van een groot aantal overheidsinstanties aan elkaar koppelt. Op basis van eerdere fraudegevallen worden risicoprofielen opgesteld, die vergeleken worden met gegevens van individuele burgers. Zo ontstaat een lijst met potentiële uitkeringsfraudeurs, die vervolgens aan nader onderzoek worden onderworpen. Met dergelijke systemen dreigt volgens Alston voor deze ‘hulpbehoevende burgers’ een technologische surveillancestaat te ontstaan, waarin van het recht op privacy weinig meer overblijft. “Men is er tot dusver niet in geslaagd om bedrijven, de overheid en de samenleving in het algemeen ervan te overtuigen dat een verzorgingsstaat gedreven door technologie, rampzalig zal uitpakken als de inzet ervan niet wordt geleid door respect voor fundamentele rechten”, zei hij in Nieuwsuur.

Ondermijning
Alston krijgt bijval van privacydeskundigen. Bart van der Sloot van de Tilburg University noemt SyRI een ondermijning van het principe dat elke overheidsdienst gegevens mag verzamelen voor het eigen doel. Nu kunnen alle overheidsdiensten de data gebruiken en onderling delen. Volgens hem voldoet de wet die SyRI mogelijk maakt niet aan de regel van het Europees Hof dat wetgeving helder, duidelijk en precies moet zijn in het aangeven óf, welke en waarom gegevens worden gedeeld. Volgens Alston heeft ook het Nederlandse parlement niet kritisch naar de wet gekeken. Die is als hamerstuk aangenomen, zo zegt hij. Dit terwijl andere staatsorganen, zoals de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens, felle kritiek zouden hebben gehad.

Rechtszaak
Volgende week vindt in Den Haag een rechtszaak plaats over SyRI. Een groep tegenstanders en een aantal maatschappelijke organisaties, waaronder schrijver Tommy Wieringa en columnist Maxim Februari, willen dat de rechter een einde maakt aan het systeem. Eigenlijk zouden benadeelde burgers zelf naar de rechter moeten stappen, maar zij weten volgens Van der Sloot vaak niet dat zij in de problemen zijn gekomen doordat overheidsinstanties hun gegevens hebben gedeeld of hoe fraudeopsporing precies in zijn werk gaat. De discussie gaat overigens niet over het fenomeen fraude zelf, waarmee fraudeurs het sociale stelsel van Nederland ondergraven en zo de echte rechthebbenden op een uitkering benadelen of onderwerp maken van nader onderzoek.

Gedeeld

Geef een reactie