VS starten agressief offensief tegen cybercriminelen

Na enkele aanvallen op ziekenhuizen en de vitale infrastructuur is president Joe Biden van de Verenigde Staten een offensief tegen cybercriminelen begonnen. Daarbij worden beloningen tot 10 miljoen dollar uitgeloofd voor tips die naar de daders leiden. De harde aanpak lijkt effect te hebben, schrijft het FD.

Wat Biden betreft is het platleggen van bedrijven met ransomware te vergelijken met terrorisme. Daarom kiest hij voor dezelfde aanpak. Na een aanval worden opsporings- en inlichtingendiensten ingezet om de daders op te sporen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de hackersgroep REvil. In Koeweit, Polen en Roemenië leidde dat tot arrestaties van sleutelfiguren. REvil had de Amerikaanse dienstverlener Kaseya gehackt, waarna meer dan een miljoen computers van 9000 bedrijven onbruikbaar werden gemaakt met ransomware. De criminelen eisten een losgeld van 70 miljoen dollar.

Beloning
De FBI zit nu achter de hackersgroep DarkSide aan, die het brandstofpijpleidingnetwerk van Colonial Pipeline platlegde. Men heeft de servers van de groep inmiddels uit de lucht gehaald en er is een beloning van 10 miljoen dollar uitgeloofd voor de gouden tip die naar de daders leidt. Volgens Frank Groenewegen van Deloitte heeft dit effect. Hackers wanen zich niet langer onaantastbaar. Hackersgroep LockBit 2.0 heeft zelfs een ‘ethische commissie’ ingesteld die erop toeziet dat aangesloten groepen geen ziekenhuizen of vitale infrastructuur aanvallen. Zo hopen zij uit het vizier van opsporingsdiensten te blijven. De criminelen vertrouwen elkaar ook steeds minder of durven geen buitenlandse vakantiereisjes meer te maken uit angst opgepakt te worden.
De vraag is of criminelen zich nu niet meer op Europese organisaties gaan richten. Volgens directeur Alexandru Catalin van de forensische afdeling van cyberveiligheidsbedrijf Bitdefender zijn Europese landen ook druk met opsporing van cybercriminelen, al vormt ‘papierwerk’ wel een vertragende factor als het gaat om samenwerking.

Gedeeld

Geef een antwoord