Wat vindt burger van camera- en sensorgebruik door politie?

Burgers zijn over het algemeen niet tegen de inzet van camera’s en andere sensoren door de politie, mits dit noodzakelijk is voor de veiligheid. Op plaatsen die als veilig worden beschouwd worden technische maatregelen veel minder snel geaccepteerd. Dit blijkt uit een onderzoek dat het Rathenau Instituut deed op verzoek van de politie.

Mensen vinden het normaal en accepteren het dat de politie gebruik maakt van sensoren, zoals bewakingscamera’s, kentekencamera’s en bodycams. Zeker als dat gebeurt op drukke, openbare plaatsen en in onveilige situaties. Kritischer zijn burgers over het gebruik van dergelijke middelen in veilige situaties en in ruimtes die niet of minder toegankelijk zijn voor het publiek. Ook vinden mensen dat de inzet van sensoren transparant moet gebeuren en dat de maatregelen het vertrouwen tussen de politie en burgers bevordert.

Sterk gestegen
Het gebruik van camera’s is de afgelopen jaren sterk gestegen. Vooral in uitgaansgebieden en in parkeergarages waar camera’s worden gebruikt die kentekens vastleggen bij het in- en uitrijden. Ook burgers en bedrijven maken steeds meer gebruik van camera’s. Dat zijn er naar schatting nu zo’n 1,5 miljoen. Politie en gemeenten zetten steeds vaker camera’s en andere sensoren in om de leefbaarheid en veiligheid op straat te vergroten. Gemeenten hebben 3.000 camera’s opgehangen en de politie gebruikt er 500 tot 1000. Sensordata bieden veel kansen voor effectieve opsporing en handhaving. Zo kan kentekenherkenning met ANPR-camera’s bijvoorbeeld helpen bij het opsporen van gestolen of vermiste voertuigen.

Zorgvuldig
Het gebruik van sensoren roept volgens het Rathenau Instituut ook ethische en maatschappelijke vragen op. Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering & Cybercrime van de politie, zegt graag te willen weten wat de verwachtingen en grenzen van de mensen zijn. “Daarom vroegen wij het Rathenau Instituut onderzoek te doen naar wat in de ogen van de samenleving belangrijk is bij het gebruik van sensoren om de leefbaarheid en veiligheid te bevorderen. In welke situaties verwachten mensen dat de politie sensoren gebruikt en wanneer is er aarzeling? Scherper inzicht helpt ons om sensoren zorgvuldig in te zetten.”

Vertrouwen
Uit het onderzoek blijkt dat burgers genuanceerd denken over het gebruik van sensoren ten behoeve van veiligheid. Zij verwachten dat de politie mee gaat met technologische ontwikkelingen op dit gebied. Het onderzoek werd het afgelopen jaar uitgevoerd en leverde bruikbare aspecten die voor de burgers van essentieel belang zijn. “De uitkomsten van het onderzoek geven richting aan de manier waarop we sensoren toepassen in het politiewerk. Daar zijn we blij mee. We gaan er bij het ontwikkelen van nieuwe toepassingen nadrukkelijk rekening mee houden”, aldus Theo van der Plas. “Belangrijk is dat de ondervraagden van dit onderzoek aangeven vertrouwen te hebben in verantwoord gebruik van sensoren door de politie.”

Opsporen
Vrijwel alle deelnemers vinden het goed dat de politie voor het opsporen van verdachten achteraf camerabeelden van bedrijven bekijkt. Dit geldt ook voor inzet van particuliere camera’s bij opsporingsonderzoeken. Deelnemers zien snellere opsporing van verdachten als voordeel en zijn ook van mening dat camera’s preventief kunnen werken. Dit neemt niet weg dat belangen van politie en burger soms uiteenlopen. Van der Plas: “Dat is onontkoombaar. We moeten daarom met de mensen in gesprek blijven.” De inzet van sensoren moet dus duidelijk uitlegbaar zijn aan de samenleving. De politie moet open en transparant communiceren over waarom, waar, wanneer en hoe de sensoren worden ingezet. “Van tevoren weten we niet altijd zeker of we de sensoren juist inzetten. Mensen mogen verwachten dat we dat gebruik snel evalueren en daarop indien nodig aanpassingen doen. Dat is nodig om het vertrouwen te behouden.”

Spelregels
Het Rathenau-rapport is toegespitst op de politie, maar laat zien dat mensen deze spelregels ook belangrijk vinden voor andere overheden, bedrijven en ook medeburgers. Ze gelden zodoende ook voor diverse vormen van sensortoezicht: surveillance, sousveillance en horizontale surveillance. Het rapport noemt de volgende spelregels:

  1. Bij de inzet van sensoren dient de politie zo te handelen dat het vertrouwen wekt bij de samenleving.
  2. Burgers willen graag helder en transparant geïnformeerd worden over de inzet van sensoren.
  3. Ze vinden dat privacy-by-design moet wordt toegepast bij de inzet van sensoren.
  4. Mensen willen niet dat de inzet van sensoren ten koste gaat van de aanwezigheid van en contact met politieagenten.
  5. Burgers willen dat het innovatievermogen van de politie op orde is en dat de inzet van sensoren effectief gebeurt.
  6. De inzet van sensoren mag niet leiden tot discriminatie.
  7. Om de persoonlijke vrijheid te waarborgen is het belangrijk om de inzet van sensoren voor veiligheidsdoeleinden te beperken tot onveilige situaties en drukke publieke ruimtes.
  8. Bovengenoemde spelregels gelden ook voor de samenwerking van de politie met andere partijen.

Meer informatie is te vinden op deze website.

Gedeeld

Geef een reactie