Onderzoek naar bespieden van personeel met camera’s

Bedrijven mogen bewakingscamera’s gebruiken om criminaliteit tegen te gaan. Maar in de praktijk worden de apparaten ook gebruikt om de prestaties van het personeel te beoordelen. Roos Beentjes, Maarten Middelkoop en Rein Wieringa van de Universiteit van Amsterdam deden onderzoek naar deze schending van de AVG.

Volgens de studenten van de afdeling Journalistiek en Media komt het veel voor dat werkgevers via camera’s hun personeel in de gaten houden. Volgens de wet mag het niet, maar medewerkers durven vaak niet te klagen en van handhaving van de wet komt doorgaans weinig terecht, omdat de daarvoor verantwoordelijke Autoriteit Persoonsgegevens er niet de capaciteit voor heeft. Vakbonden hebben dezelfde ervaring. Daar komen regelmatig klachten binnen. Bijvoorbeeld van medewerkers die door hun werkgever met camerabeelden werden geconfronteerd en op grond daarvan een oordeel kregen. Bij een medewerkster van een eetcafé in Amsterdam ging het om beelden waarop te zien was hoe zij met een collega stond te zoenen. De beelden werden met het hele personeel gedeeld.

Topje van de ijsberg
Door de dalende prijzen en het steeds grotere gebruikersgemak zijn bewakingscamera’s de laatste jaren enorm in populariteit gestegen. Ondernemers zeggen de apparatuur om veiligheidsredenen aan te schaffen, maar volgens vakbonden, advocaten en privacy-specialisten blijft het daar niet bij. De 104 meldingen die FNV vorig jaar binnenkreeg, zijn het topje van de ijsberg, aldus beleidsadviseur Rik van Steenbergen tegenover het FD. “Voor elke klacht die bij ons binnenkomt, zijn er honderd die niet worden gemeld”, vult Jacqueline Twerda van CNV aan. Het FD sprak met 23 willekeurige medewerkers die door hun werkgever werden bespied. Geen van hen had stappen ondernomen uit vrees voor ontslag.

Privacybelang
Ondernemers mogen camera’s ophangen in hun zaak, maar alleen als dat in het belang van de veiligheid is en er geen andere opties zijn om het gewenste doel te bereiken. Bovendien schrijft de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voor dat het belang van de camera’s afgewogen moet worden tegen het privacybelang van geobserveerde personen. Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar recht en de informatiemaatschappij in Leiden en privacyadvocaat bij advocatenbureau Pels Rijcken, zegt tegen het FD dat camera’s mensen dwingen hun gedrag aan te passen en daarom een verregaande inbreuk op de privacy vormen. Een medewerker zei het vooral vervelend te vinden omdat je nooit weet wanneer je in de gaten gehouden wordt.

Installateurs slecht op de hoogte
Sinds 2013 groeide het aantal camera-installateurs van 459 naar 609. Die hebben het stuk voor stuk ook veel drukker gekregen. Daarnaast schaffen steeds meer ondernemers eenvoudige wifi-camera’s aan, die slechts enkele tientjes kosten. Sommige leveranciers moedigen het zelfs aan om camera’s te gebruiken om mensen in de gaten te houden. Op grond van een rondgang leidt het FD af dat verschillende camera-installateurs slecht op de hoogte zijn van de regels. Ze adviseren hun klanten wel, maar de adviezen lopen sterk uiteen. Minder dan de helft raadt af om camera’s op privacygevoelige plaatsen te hangen en het advies beperkt zich vaak tot het plakken van een waarschuwingssticker bij de ingang.

Brug te ver
Voor de Autoriteit Persoonsgegevens hoeven overtreders van de AVG niet echt te vrezen. In 2020 ontving de toezichthouder 25.590 klachten, maar werden maar zeven ‘corrigerende maatregelen’ getroffen, aldus het FD. De rechter kan wel een verbod opleggen, maar voor vrijwel alle werknemers is deze stap een brug te ver.
Kristina Irion, jurist bij het Instituut voor Informatierecht, zei in Nieuwsuur dat er meer steun moet komen voor slachtoffers van privacyschendingen. Brancheverenigingen moeten volgens haar hun leden beter informeren over wat wel en wat niet mag met camera’s op de werkvloer. Daarnaast ziet zij een rol weggelegd voor de vakbonden, die werknemersrechten moeten beschermen. “Hier moet echt iets aan gedaan worden.”

Deel dit artikel via: